Het regeerakkoord zet opnieuw in op de hybride warmtepomp als standaard bij vervanging. Maar wie denkt dat daarmee de puzzel is gelegd, komt bedrogen uit. Arthur van Schayk, voorzitter van NVI-GO, ziet vooral een sector die nu moet schakelen. Inhoudelijk, organisatorisch en mentaal. “De techniek is niet het probleem. Het tempo waarin we ons aanpassen wel.”

“Wij kijken nadrukkelijk vanuit een ketenperspectief,” zegt Arthur van Schayk. Als voorzitter van de Nederlandse Verduurzamingsindustrie voor de Gebouwde Omgeving (NVI-GO) beweegt hij zich op het snijvlak van industrie, beleid en praktijk. Arthur vertegenwoordigt de verduurzamingsindustrie voor de gebouwde omgeving, met een duidelijke link naar de Nederlandse maakindustrie en Europese beleidsontwikkeling. “Juist in die keten zie je dat nationale plannen niet los te zien zijn van Europese en geopolitieke ontwikkelingen. Van productie tot handel en installatie. Kijk maar naar de situatie in Iran. We hebben het vaak over klimaatbeleid alsof het een op zichzelf staand dossier is. Maar dat is het niet. Industriebeleid, energieprijzen, geopolitiek; het grijpt allemaal in elkaar. Als er spanning ontstaat in bijvoorbeeld energieprijzen door internationale conflicten, dan zie je direct effect op de vraag naar bijvoorbeeld warmtepompen. Dat maakt deze transitie fundamenteel anders dan eerdere beleidsveranderingen.”

Duidelijkheid

De terugkeer van normering voor hybride warmtepompen per 2029 noemt Arthur een logisch, maar laat herstel. Het weifelende overheidsbeleid van de afgelopen jaren deed de sector in zijn ogen geen goed. “Wij investeerden als sector al op basis van eerdere afspraken. Dat die normering toen werd losgelaten, was eerlijk gezegd een deceptie,” stelt hij. “Dus dat het nu terugkomt, voelt als gerechtigheid. Niet als een overwinning, maar als het herstellen van een noodzakelijke lijn. De essentie is dat er duidelijkheid komt. De sector moet weten waar ze aan toe is. Want investeringen in fabrieken, opleiding en innovatie doe je niet voor een paar jaar, maar voor de lange termijn.” Toch plaatst hij direct een kanttekening bij het akkoord. “Het is een richtinggevend document. De echte vraag is: hoe gaan we dit vertalen naar concrete maatregelen, tijdspaden en investeringszekerheid? Daar zit nog veel onduidelijkheid.”

“De bel moet echt gaan rinkelen”

Van richting naar realiteit

Voor installateurs betekent het regeerakkoord geen plotselinge koerswijziging, maar wel een versnelling van een bestaande trend. Volgens Arthur hebben de grote installateurs de afgelopen jaren al flinke stappen gezet. “Die investeerden al in prefab-oplossingen, procesoptimalisatie en opleiding. Daar zie je dat men van drie dagen installeren naar uiteindelijk twee installaties per dag wil. Dat is een enorme sprong in efficiëntie.” De echte opgave ligt volgens hem bij het brede middenveld. “Bij middelgrote en kleinere installateurs zie je dat die omslag nog niet overal gemaakt is. Daar zit precies de uitdaging voor de komende jaren. Het is niet zo dat we de kennis niet hebben. Die is er. De opleidingen zijn er. De structuren liggen er. Maar we moeten ze activeren en opschalen. Dat vraagt samenwerking tussen fabrikanten, groothandels en brancheorganisaties.”

Ome Henk

De vraag of de sector klaar is voor normering beantwoordt Arthur genuanceerd. De sector moet volgens hem dan wel een stap extra zetten. Volgens hem ligt de grootste uitdaging in mentaliteit. “We staan aan de vooravond van een echte doorbraak van warmtepompen. Maar dat vraagt dat bedrijven hun businessmodel en werkwijze aanpassen. De oude manier van werken wordt simpelweg minder relevant.” Hij illustreert dat met een treffende vergelijking: “Vroeger had je in elk dorp een ‘ome Henk’ die elke auto weer aan de praat kreeg met een schroevendraaier en een paperclip. Maar die wereld bestaat niet meer. Auto’s zijn nu softwaregedreven systemen. De ome Henks verdwijnen. Datzelfde gebeurt nu in onze sector.” De consequenties zijn volgens Arthur groot. “Als je als installatiebedrijf blijft hangen in alleen ketels, dan raak je je relevantie kwijt. Niet alleen technisch, maar ook commercieel. Klanten verwachten een integraal advies.”

Knelpunten

 Bij een grootschalige uitrol van hybride warmtepompen verwacht Van Schayk zeker knelpunten, maar niet per se waar vaak naar wordt gekeken. “Er wordt veel gesproken over een tekort aan mensen, maar dat is maar een deel van het verhaal,” zegt hij. “Er zijn voldoende mensen, alleen moeten we ze efficiënter inzetten en beter opleiden.” Een onderschat probleem zit volgens hem aan de vraagzijde. “Het kennisniveau bij de consument is beperkt. Het verschil tussen een hybride en een all-electric warmtepomp is voor veel mensen onduidelijk. Dat maakt het gesprek aan de keukentafel complexer voor installateurs. Daarnaast speelt netcongestie een steeds grotere rol. De kracht van hybride systemen zit juist in het feit dat ze piekbelasting vermijden. Dat maakt ze in de huidige situatie extreem relevant. Zeker in combinatie met het afbouwen van de salderingsregeling.”

Consistentie

Hoewel hij de richting van het regeerakkoord onderschrijft, mist Van Schayk concrete borging. “Het probleem zit in de vrijblijvendheid,” stelt hij. “De gemaakte afspraken zijn niet hard genoeg. Terwijl wij als industrie investeren voor vijftien jaar of langer. Als je als overheid een bepaalde richting kiest, dan moet je daar ook consistent in zijn. Je kunt niet halverwege de spelregels veranderen. Dat ondermijnt vertrouwen en vertraagt investeringen.” 

Prioriteiten

De komende twee jaar zijn volgens Van Schayk cruciaal. Zijn prioriteit is helder: “Versnellen in opleiding, begeleiding en bewustwording. En vooral: het activeren van de bestaande infrastructuur. We trainen nu al duizenden installateurs per jaar. Maar het moet meer, sneller en breder. Vooral richting het midden- en kleinbedrijf. De installatiesector verandert fundamenteel.  We gaan van productgericht werken naar systeemdenken. Het gaat niet meer om losse componenten, maar om het optimaliseren van complete installaties: warmtepomp, opslag, sturing, software. De bel moet echt gaan rinkelen. Dit is niet iets wat je kunt uitzingen tot je pensioen. De markt verandert en je moet mee.”

Interview vakblad Koppeling nr. 2 2026